Duurzame energie als uitdaging voor de RO

Op dinsdag 7 juli 2009 vond op de Maasvlakte in Rotterdam het door VROM georganiseerde windsymposium plaats. De doelstellingen, ontwikkelingen en knelpunten omtrent windenergie werden hier besproken. Een verslag van Wouter Schrier, professional van Impect.

Duurzame energie

“Voor het einde van de kabinetsperiode 2000 megawatt extra aan windenergie op land”. Dat is de kern van het plan van aanpak dat op dinsdag 7 juli tijdens het VROM symposium over windenergie door Jacqueline Cramer werd gepresenteerd. De extra megawatts betekenen een verdubbeling van het huidige aantal windturbines op land. Het kabinet is ambitieus op het gebied van duurzame energie. Het doel van het project “schoon en zuinig” dat uitgevoerd wordt door zeven ministeries is onder andere 20% duurzame energie in 2020. Als het gaat om duurzame energie, is windenergie in Nederland vooralsnog de meest kansrijke optie. Dit is de meest voordelige optie, en het is op vrij korte termijn te realiseren.

Windenergie is hiermee één van de belangrijke pijlers onder de ambitieuze klimaat- en energiedoelstellingen van het kabinet. Om windenergie financieel aantrekkelijk te maken wordt het door de overheid gesubsidieerd. De subsidie wordt vanuit het ministerie van economische zaken verstrekt in de vorm van een vergoeding van 4 Eurocent per geleverde kilowattuur aan elektriciteit. Deze subsidieregeling zal naar verwachting verder worden verfijnd, en zo wellicht meer kans gaan bieden voor windenergie in gebieden in het oosten van het land. Gebieden als Gelderland en Noord Brabant, die relatief windluw zijn gelegen, zijn tot nu toe niet heel aantrekkelijk voor windenergie.

Naast de subsidieregeling, die al enige tijd bestaat, zijn er nog meer stimulansen. Met nieuwe regelgeving op het gebied van geluid, externe veiligheid en radar en een snellere besluitvorming moet windenergie een extra stimulans krijgen. De huidige trage besluitvorming zit voor een groot deel in lastige de ruimtelijke procedures. Hier moet verbetering in komen. Ook zou het goed zijn beter te kijken naar de positie die energie inneemt in het landschap.


Honderden jaren geleden was energie een duidelijk onderdeel van het landschap. We wonnen turf, we kapten alle bomen. Dit was nodig voor de energievoorziening. Windenergie was ook toen aanwezig, in de vorm van zo’n 10.000 uit hout opgetrokken windmolens. Energie was heel duidelijk in het landschap aanwezig, sterker nog: het landschap werd gevormd door de energiebehoefte. Later kwamen andere vormen van energie op, zoals steenkool en aardolie en aardgas. Die “oogsten” we veelal niet uit het landschap, maar worden uit de grond gehaald. De negatieve gevolgen van het winnen en verbranden van fossiele brandstoffen zijn bekend. Langzaamaan gaan we nu over op meer duurzame vormen van energie.


Windturbines, zonnepanelen en biovergistingsinstallaties worden in steeds grotere aantallen geplaatst. In sommige delen van Nederland vormen windturbines nu al een belangrijk onderdeel van het landschap. Wanneer we meer duurzame energie mogelijk willen maken, moeten we op een andere manier naar landschappen gaan kijken: energie is weer onderdeel van het landschap. In de toekomst komt in bestemmingsplannen wellicht de dubbelbestemming: “natuur en windenergie”. In landen als Zweden en Australië, waar windturbines in de natuur geplaatst worden is dit al aan de orde van de dag. Vanwege de grote ruimtelijke consequenties is windenergie onder het takenpakket van VROM komen te vallen. In de toekomst zal nog meer en beter samengewerkt moeten worden tussen de verschillende overheden en de verschillende belanghebbenden. Bij het realiseren van duurzame energie ligt zodoende een belangrijke taak voor de ruimtelijke ordening!