Symposium Bodembreed 2010

Professional: Marian Scholten-de Boer

Op 30 november en 1 december 2010 heeft het jaarlijkse (nu 22e) Nationaal Symposium Bodem Breed plaatsgevonden in Lunteren. Insteek bij het symposium is de verbreding van het werkveld bodem. Afgezien van (innovatieve) saneringstechnieken en ontwikkelingen in beleid en wet- en regelgeving werd ook aandacht besteedt aan grondwaterbeheer, ruimtelijke ordening, benutting van de ondergrond voor energiewinning en – opslag en verdieping door aandacht te besteden aan wetenschappelijke ontwikkelingen. Daarbij waren afgezien van de diverse parallelle sessies met variërende onderwerpen ook stands aanwezig.


Groene en blauwe gebiedsontwikkeling en duurzaam bodemgebruik

Een van de onderwerpen was hoe Nederland op een duurzame wijze klimaatbestendig kan worden ingericht. Met betrekking tot waterveiligheid valt bij het begrip duurzaamheid te denken aan grondverzet het bodemgebruik en de ondergrond. Wonen we wel op de goede plek en nemen we de juiste maatregelen op lange termijn om dit vol te houden in bepaalde gebieden. Denk hierbij ook aan veel bemalen in lage polders waardoor verdroging optreedt. Daarnaast kan gekeken worden naar de inrichting van het buitengebied. Is een combinatie van veenweidegebieden en agrarische invulling wel wenselijk.

De klimaatverandering is de oorzaak om meer te doen aan de wateroverlast en veiligheid, verzilting, bodemdaling en afname van robuustheid. Nederland staat daarmee voor een opgave, de urgentie neemt toe. Het nationaal landschapsbeleid is conservatief. Het klimaat vraagt daarentegen om verandering. Klimaat en duurzaam waterbeheer zou gekoppeld moeten worden aan leefbaarheid en economie. Hiervoor zijn duurzaamheidsverkenningen noodzakelijk.

Ook een onderdeel van duurzaamheid is het voorradenbeheer. Vraag is hierbij of we ons hiermee bezig zouden moeten houden. Een onderdeel waarbij dit nu al wel gedaan wordt is het drinkwatervoorraadbeheer. Hierbij is het niet de vraag of iemand zich hiermee moet bemoeien maar is iedereen het er over eens dat hier verantwoordelijkheid bij komt kijken. Bij waterschappen is bijvoorbeeld ruimte voor berging van water met kelders op bestemmingsplanniveau van toepassing. Je zou voorradenbeheer ook toe kunnen passen op de landbouw/voedselproductie. De benodigde oppervlakte zou berekend kunnen worden. Hierbij zal iemand zich verantwoordelijk moeten voelen voor bepaalde voorraden. Dit is echter niet het geval.

Rijkswaterstaat geeft ook een invulling aan het begrip duurzaamheid. Doelstelling was 30 % reductie van CO2 in 2020. Vanwege europees beleid wordt dit gewijzigd in 20%. Er ligt een versnelling en focus op de belangrijkste thema's binnen Rijkswaterstaat. Het vergraven, verladen, transport van grond en zoete bagger zorgt voor een grote CO2 uitstoot. Er wordt nu gestuurd op minder m3's, minder kilometers en minder uitstoot van het wagenpark van de aannemer. Het grootste deel van deze reductie zal verkregen worden door inkoop van duurzame producten waarbij van de marktpartijen het een en ander aan duurzaamheid zal worden verwacht.

 

Grootschalige duurzame stedelijke ontwikkeling

Op verschillende plaatsen in Nederland wordt geëxperimenteerd met ‘duurzame gebiedsontwikkeling’. In plaats van alleen te kijken naar de duurzaamheid van individuele gebouwen, wordt op gebiedsschaal gekeken. Daarbij gaat het ook om het toepassen van (innovatieve) duurzame technische maatregelen. Bij duurzame gebiedsontwikkeling wordt meer een benadering gezocht waarbij men de ruimtelijke, maatschappelijke, ecologische en economische aspecten van een (her)ontwikkelingsgebied in samenhang met elkaar op een duurzame manier vorm geeft. Tijdens deze presentaties kwamen twee steden aan bod; Maastricht en Utrecht.

In Maastricht wordt een wijk opnieuw ingericht op een duurzame wijze. Hier is ingestoken op 3 P's:

  • Planet; duurzame stedenbouw en herstructurering
  • People; leefbaarheid van de wijk verbeteren
  • Profit; innovatieve bedrijven binden en herontwikkeling van bedrijventerreinen.

Voorbeelden hiervan zijn het toepassen van zonne-energie, restwarmte gebruiken van de industrie, WKO's benutten, het gebruik van lokale of regionale grondstoffen en het toepassen van houtskeletbouw bij vervangende nieuwbouw.

De grote schaal geeft extra kansen voor oplossingen die veel duurzaamheidswinst opleveren. Het denken vanuit de ondergrond is hierbij onmisbaar voor een grotere slagingskans en voor een extra kwaliteitslag. Met name de communicatie voor het combineren van duurzame aspecten tussen diverse partijen is van belang.

Knelpunten die voor het stationsgebied Utrecht werden ervaren waren van een heel andere orde. Hierbij werd namelijk aangelopen tegen de bodemwereld die als een gilde wordt bestempeld waar moeilijk mee valt samen te werken. De Wet bodembescherming is verouderd en de overheid gedraagt zich als een hindermacht. Initiatiefnemers worden gezien als de vijand.  Er is sprake van sectorale belangenbehartiging in plaats van integrale gebiedsontwikkeling. Hierdoor is de herstructurering van het stationsgebied praktisch een stevige uitdaging geworden, de echte problemen van de ondergrond worden niet aangepakt. De Wet bodembescherming staat hierbij duurzame gebiedsontwikkeling in de weg. Herziening van de Wet bodembescherming is dus noodzakelijk om meer en betere mogelijkheden te creëren.

 

Combineren van WKO en bodemsanering

Om duurzaamheid te combineren met bodemsanering is de inzet van WKO’s een mogelijkheid. Een voor de hand liggende keuze is dit echter niet. WKO’s, sanering en ontwikkeling kunnen elkaar tegenwerken. Belangrijk is om slimme combinaties te maken.

Bij combinatie van WKO, bodemsanering en binnenstedelijke herontwikkeling (denk aan bouwkuipbemalingen) zijn een aantal uitdagingen aan de orde:

-         Gelijktijdige onttrekking van WKO en interferende bemalingen;
-         De onvoorspelbaarheid van de bodem;
-         Intensief aan de slag in een klein gebied;
-         Individuele verantwoordelijkheden.

Een oplossing voor bovengenoemde problemen is samenwerken met de diverse betrokken partijen. De procesmatige kant van een gebiedsgerichte aanpak is hier van belang en zal veelal door de gemeente moeten worden ingevuld.

Op de site van bodemplus is een WKO-tool beschikbaar om de toepassingsmogelijkheden te vergroten. Daarnaast heeft Arcadis een handreiking en een quickscan ontwikkeld (niet vrij te gebruiken). Ook op de site van NVOE is diverse info te vinden over WKO’s.