Gemeenten verspillen miljoenen
Ambtenaren van gemeenten hebben onvoldoende kennis van de aanbestedingsregels. Hierdoor verspillen gemeenten jaarlijks tientallen miljoenen euro’s bij de aanleg van infrastructuur, gebouwen en technische installaties.
Door eenvoudiger aan te besteden, kunnen gemeenten veel geld besparen en krijgen zij meer kwaliteit dan nu het geval is.
Dit is de conclusie die wordt getrokken door UNETO-VI en Bouwend Nederland op basis van onafhankelijk onderzoek.
De grondslag voor deze redenatie is dat gemeenten tot het drempelbedrag voor de Europese procedures zelf hun inkoop- en aanbestedingsbeleid vaststellen. In dit beleid wordt bepaald welke inkoopprocedure moet worden gevolgd bij een bepaalde opdrachtwaarde. Bijvoorbeeld vanaf 100.000 euro moet er een openbare procedure worden doorlopen. Een openbare procedure betekent dat iedere marktpartij die aan de selectie-eisen voldoet een inschrijving kan doen. Dit kan betekenen dat er 5 inschrijvingen worden gedaan maar ook 50. Al deze inschrijvingen moeten worden beoordeeld wat dus veel werk kan betekenen waardoor er ook hogere kosten met de procedure zijn gemoeid. (Bron: http://www.bouwendnederland.nl/artikelen/Pages/Gemeenten_verspillen_tientallen_miljoenen_bij_aanbestedingen_5838.aspx?source=%2fweb%2fPers%2fpersberichten%2fPages%2fdefault.aspx)
Een besparing op de kosten van een procedure kan worden behaald door pas bij een hogere opdrachtwaarde een openbare aanbesteding te verplichten. Bij een onderhandse aanbesteding nodig je zelf een aantal partijen uit om een inschrijving te doen waardoor je weet hoeveel offertes er te beoordelen zijn. Daarnaast kun je de offerteaanvraag voor een onderhandse procedure veel eenvoudiger houden. Je kiest tenslotte zelf de partijen uit aan wie je de uitnodiging stuurt en deze heb je al gescreend.
Natuurlijk is er ook een maar! Het inkoop- en aanbestedingsbeleid in een gemeente wordt vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders. En in een aantal gemeenten moet ook de gemeenteraad er mee instemmen. Niet overal is de relatie tussen het College van B&W en de gemeenteraad vol vertrouwen. Dit betekent dat niet de grenzen die door de betreffende afdelingen zijn voorgesteld worden gevolgd maar dat deze naar beneden worden bijgesteld.
Dan is het niet de ambtenaar die onvoldoende kennis heeft van de aanbestedingsregels maar dat die ambtenaar wordt beperkt door de politieke organisatie. Veel ambtenaren van het ingenieursbureau zijn zich zeer bewust van de voordelen van het onderhands aanbesteden tot een hogere opdrachtwaarde.
Mijn conclusie is dan ook dat er zeker een kern van waarheid in de bevindingen van Bouwend Nederland en UNETO-VI zit maar het is lang niet altijd te wijten aan de ambtenaren met onvoldoende kennis! Een oplossing zou zijn om het inkoop- en aanbestedingsbeleid opnieuw vast te stellen met andere drempelbedragen. Mocht u hierover eens van gedachten willen wisselen neemt u dan gerust contact op.
Sandra Geerlings (Manager Impect Legal)